Gerelateerde artikelen

  • Afbinden van stof en verven met textielverf Afbinden van stof en verven met textielverf
  • Patroon knuffelauto of speelauto van stof Patroon knuffelauto of speelauto van stof
  • Patroon persoonlijke ovenwant naaien Patroon persoonlijke ovenwant naaien
  • Servet motief plakken op stof Servet motief plakken op stof
  • Boeken kaften tips en werkuitleg van het kaften Boeken kaften tips en werkuitleg van het kaften
  • Kussen borduren en kleurrijk afwerken Kussen borduren en kleurrijk afwerken
hobby

Afwerken naden tips voor alle stofsoorten

hoe naden afwerken harige stofAfwerken naden vraagt bij iedere soort stof een eigen afwerking van de naden. Is de stof glad of harig, rekt de stof of is de stof transparant of dik. Hieronder vind je de tips voor de naden die naast de gewone rechte naad voorkomen:

  1. Engelse naad
    Geschikt voor het verwerken van transparante stoffen. De naad wordt tweemaal gestikt, eerst aan de goede kant en daarna aan de verkeerde kant van de stof. Leg voor het eerste stiksel de stof met de verkeerde kanten op elkaar. Stik de naad 0,5 cm buiten de patroonlijnen. Knip de naad 0,25 cm buiten het stiksel af. Strijk de naad open. Vouw nu de stof op de naad met de goede kanten naar binnen dubbel, zorg dat de naad precies in de vouw komt. Maak een 0,5 cm vanaf de vouwrand het tweede stiksel.
  2. Naad in harige stof
    Langharig imitatiebont kan je beter niet knippen, maar vanaf de verkeerde kant met een hobbymesje snijden en dan voorzichtig de haren uit elkaar trekken.Omdat deze stof verschuift speld je de stof op elkaar met dwarsgestoken spelden, die je bij het stikken zoveel mogelijk laat zitten of je rijgt de naad met kleine steken aan weerszijden van de stiknaad. Stik precies tussen deze twee rijglijnen in. Trek na het stikken met een naald aan de goede kant de poolharen tussen de naden uit en knip om de naden uit te dunnen aan de achterkant, op de naadbreedtes de poolharen weg.
  3. Naad in leer of suede
    Spelden en rijgen kan niet, dus leg de patroondelen op de verkeerde kant van het leer en zet ze met plakband vast. Gebruik paperclips of plakband om de naadbreedtes vast te zetten. Stik zachte of dunne kwaliteit leer met een normale machinenaald (80) en maak steken van ± 3 mm. Gebruik voor dikker leer een speciale naald met een driekantige punt en maak de steken iets groter.
  4. Naad in rekbare stof
    Stik de naad met de speciale stretchsteek of met de smalle zigzagsteek en gebruik de speciale stretchnaald. Die heeft een ronde punt die de stof niet beschadigd. Probeer het even uit op een proeflapje en controleer of de steeklengte en de draadspanning goed is (hoe kleiner de steeklengte, hoe elastischer).
  5. Naden uitdunnen
    Knip de naden bij kragen en belegdelen na het stikken ongelijk af. Dit om ‘doorpersen’ te voorkomen. Ga er vanuit dat de naadbreedte, die meteen onder het item ligt het breedste moet zijn. Doe dit bij dikkere stoffen bij alle naden die naar één kant gestreken worden.
  6. Naden doorstikken
    Op de goede kant van de stof naden doorstikken met een duidelijk zichtbaar stiksel.*** Voetje breed doorstikken: een enkel stiksel, waarbij de zijrand van het voetje langs de naad loopt en de naald in het midden staat.
    *** Op belegbreedte doorstikken: doorstikken van bijvoorbeeld een zakingang op net zoveel cm van de kant als het beleg breed is, zodat de onderrand van het beleg daarmee gelijk wordt vastgezet
    *** Smal op de kant: doorstikken op 2 of 3 mm vanaf de naad
    *** Dubbel stiksel: één smal op de kant en één maal ‘voetje breed’ doorstikken
    *** Met een locksteek wordt de speciale afwerksteek op de naaimachine bedoeld en kan als sierstiksel worden gebruikt. Je kan hem imiteren door een dubbel stiksel te maken en daar tussenin een brede zigzagsteek.
  7. Platte naad of jeansnaad
    Deze naad is geschikt voor jeans, doorschijnende of snel rafelende stoffen. Net als bij de Engelse naad worden de rafelranden weggewerkt. Stik de naad met de goede kanten op elkaar, strijk de naadbreedtes open en daarna naar één kant. Knip de onderste naad op 0,5 cm af en de bovenste op 1.25 cm af. Vouw de langste met een inslagje over de kortere en rijg de vouwrand vast. Stik de naad vlak langs de vouwrand nog eens door op de goede kant van de stof.
  8. Ronde naden
    Ronde naden hebben een bolle en een holle kant. Knip bij deze naden de holle kant van de naad kort af. Bij de bolle kant geef je knipjes in de naadbreedte. Strijk of pers de naad daarna voorzichtig open.
    Strijk de naden als ze doorgestikt moeten worden vervolgens weer naar één kant.
  9. Schuine naden
    Een risico bij deze naden is het uitrekken van de stof. Om dit te voorkomen kan voor het stikken een strook Vlieseline (naadband) op de verkeerde kant van de stof over de te stikken naad gestreken worden.
    Geen vlieseline, dan maak je voor het verwerken van de verschillende stofdelen eerst een ‘verstevigingsstiksel’ dicht langs de doorslaglijn, zodat de naad als het ware gefixeerd wordt.