Gerelateerde artikelen

  • Bloemen maken van papiergaren Bloemen maken van papiergaren
  • Haken en breien met katoenspagetti Haken en breien met katoenspagetti
  • Apparaatje rozetten maken en tips Apparaatje rozetten maken en tips
  • Varken breien of knutselen met patroon Varken breien of knutselen met patroon
  • Borduursteken en de beschrijving Borduursteken en de beschrijving
  • Kleurrijke sjaals haken met gratis patronen Kleurrijke sjaals haken met gratis patronen
hobby

Haaktermen en tekens haken vertalen

haaktermen vertalen
haaktermen vertalen

Haaktermen vertalen en haaktekens uitleggen is super handig. Soms zie je een leuke brei- of haakpatronen met de tekst/tekens in het Engels of Duits. Jammer. Maar met deze vertaling van de termen bij breien en haken kan je het unieke patroon lezen en maken. Print het uit en gebruik het bij het haken (of breien).

Bron: inspirations-tricot-crochet.blogspot.fr

Haaktermen en tekens haken vertalen

Bron: besmollergreyling.wordpress.com
Haaktermen en tekens haken vertalen

 

Breitermen en haaktermen in Engels en in Duits

 

Nederlands Engels Duits
achterkant van het werk wrong side (of work) Rückseite
achter insteken through back of loop von hinten einstechen
afgekante steek stitch cast off eine Masche überziehen
afglijden, afhalen to slip Abheben
afhechten fasten off Arbeit einstellen
afhechting casting off (binding off) fertigstellung
afkanten to cast off (to bind off) Abketten
afwisselend alternate (alternately) im Wechsel
averechte steek purl stitch Linke, rauhe oder krause Masche
averecht afgehaalde steek slip stitch purlwise Masche links abheben
breien to knit Stricken
breien op 2 naalden flat knitting offene Arbeit
breien in het rond of op 4 naalden round knitting geschlossene Arbeit
breinaald knitting needle stricknadel
breiwerk knitting stricken (Strickarbeit)
doorheen through durchziehen
draad yarn Garn (Faden)
draad door een of meer lussen halen to draw through one or more loops eine oder mehrere Schlingen abmaschen
draad over de naald (haaknaald) slaan take yarn round needle (hook) Faden um die Nadel schlagen
dubbel stokje double treble (treble) Doppelstäbchen
dubbele overhaling slip one, knit 2 together (pass slip stitch over) ein doppelter Überzug (1 Masche abheben, 2 Maschen zusammen stricken und die abgehobene über die gestrickte Masche ziehen)
één omslag maken Yarn forward (yarn around (over) the needle 1 Umschlag
gekruiste steek crossed stitch verkreuzte Masche
gevallen steken ophalen to pick up dropped stitches aufheben gefallener Maschen

 

 

gewone overhaling slip one, knit one pass slipped stitch over Ein eifacher Überzug (1 Masche abheben, (1 Masche abstricken und die abgehobene über die gestrickte Masche ziehen)
goede kant van het werk front (right) side (work) Vorderseite
haaknaald crochet (crochet hook) Häkelnadel
half stokje half-treble (half double crochet) halbes Stäbchen
halve vaste slip stitch Kettmasche
herhalen vanaf repeat from wiederholungszeichen
hulpnaald stitch-holder (cable needle) Hilfsnadel
kantsteek selvedge stitch Randmasche
keer times Mal
ketting chain Luftmaschenkette
kopsteek top of stitch (crochet) kopfmasche
kruisen to cross Kreuzen
linkernaald left needle Linke Nadel
links at the left hand edge Links
losse (kettingsteek) chain Luftmasche (Kettmasche)
lus loop Schlinge
lus trekken draw through a loop Schlinge durchholen
meerderen to increase aufnehmen (zunhemen)
meerdering increase Aufnahme (Zunahme)
minderen to decrease abnehmen
mindering decrease Abnahme
motief (steek) stitch Muster (Stich)
naald needle Nadel
naald (rij) (toer) row Reihe
onder under Unter
opnemen to pick up the loops die Maschen wieder aufnehmen
opzetten cast on anschlagen
overslaan miss a stitch (skip a stitch) Übergebhen
recht afgehaalde steek slip stitch knitwise Masche rechts abheben
rechte steek knit stitch rechte glatte (schlichte Masche)
rechternaald right needle Rechte Nadel
rechts at the right hand edge Rechts
samen together (stitches) zusammen
steek stitch Masche
steek laten vallen to drop one stitch eine Masche fallen lassen
steken laten wachten leave stitches on stitch holder Maschen ruhen lassen
steken weer opnemen to knit up or pick up stitches auffassen
stokje treble (double crochet) Stäbchen
terugbreien to return zurückstricken
toer (4 naalden) round Runde
tot een kringetje sluiten join into a ring zur Runde schliessen
vaste double crochet (single crochet) feste Masche
verdraaide steek twisted (crossed) stitches verdrehte (verschränkte) Masche
voor- (achter)naad front (back) loop (of stitch) vorderes (hinteres) Maschenglied
voorgaande naald (rij) (toer) previous row Vorreihe
werk work Arbeit
werk keren to turn the work Arbeit wenden
zelfkant selvedge Rand (Kante)
zoom hem Saum